L’Orfeo

L'Orfeo is de achtste opera in de serie Brava's introductie tot de opera, van 8 tot en met 14 juni te zien op Brava.

L’Orfeo van Monteverdi is de eerste opera ooit geschreven, waar of niet waar?

Ondanks dat vaak genoeg het tegenovergestelde wordt beweerd: niet waar. Het is wel de eerste noemenswaardige. En overigens ook het eerste dramatische werk van Monteverdi. Misschien schuilt daar de verwarring.

De favola in musica L’Orfeo ging in 1607 in première en was een groot succes. Slim van Monteverdi om meteen een van de beste verhalen uit de geschiedenis te nemen. Een verhaal dat de wezenlijke onderwerpen aansnijdt: muziek en de dood, en hoe de eerste de laatste kan beïnvloeden. Althans, als het aan Orpheus ligt. Als zoon van muze Calliope bezit hij de gave van de zang- en lierkunst en daarmee ook de gave om iedereen, man, vrouw, mens en dier, en zelfs de dood voor zich te winnen.

Er is echter maar één vrouw die ook de aandacht van Orpheus zelf krijgt: Eurydice. Helaas is hun geluk van korte duur omdat de bride to be op een giftige slang stapt. En dat is waar het echte verhaal begint: Orpheus reist af naar de onderwereld en weet met zijn betoverende muziek de bazen van de onderwereld zo ver te krijgen dat hij zijn geliefde terug mag halen. Op één voorwaarde: zolang hij in de onderwereld is mag hij niet omkijken. Uiteindelijk wordt hij door zijn eigen stem verraden en hoort hij door de echo niet haar bevestigende antwoord, waarop Orpheus wél omkijkt.

De afloop van L’Orfeo is bij Monteverdi mild: een gulden middenweg tussen het traditionele dodelijke einde van de held uit de klassieke traditie en de gelukkige afloop van het baroktheater: Apollo, de goddelijke vader van de zanger neemt zijn zoon op in de hemel. Daar zal hij, vrij van alle aardse zorgen, in de zon en de sterren het evenbeeld van zijn geliefde Eurydice zien.

Vanavond zingt de cast van Holland Opera de sterren van de hemel. Kijkt u mee?

Brava. 20.30 uur.


Synopsis

proloog
De Muziek stelt zich voor en bezingt de macht van de door haar gepersonifieerde kunstvorm. Dan maant ze tot algehele stilte: ze gaat het verhaal van Orpheus vertellen.

I
Herders en nimfen bezingen het geluk van Orpheus, die na lang zuchten en wachten vandaag eindelijk met zijn geliefde Eurydice in het huwelijk trad. Ze smeken Hymen, de huwelijksgod, om het jonge bruidspaar duurzaam geluk te bezorgen en uiten hun vreugde met muziek en dans. Hiertoe aangezet door een van de herders getuigt ook Orpheus zelf van zijn opperste geluk. Eurydice beantwoordt zijn lofzang met een al even gelukzalig lied.

II
Omringd door de herders en nimfen zoekt Orpheus op een lommerrijke oever verpozing en gedenkt de treurnis en wanhoop waaraan hij nog maar zo kort geleden ten prooi was. Plotseling verschijnt een van Eurydices vriendinnen met een onheilstijding: terwijl ze bloemen aan het plukken was, werd Eurydice gebeten door een slang en stierf even later. Overmand door verdriet besluit Orpheus in de onderwereld af te dalen. Met zijn lier zal hij de schimmenvorst Pluto trachten te overreden hem Eurydice terug te geven. Lukt dit niet, dan zal hij bij haar in het dodenrijk blijven. De boodschapster, de herders en nimfen blijven diep bedroefd achter.

III
Begeleid door de godin van de Hoop heeft Orpheus de poorten van de hel bereikt. Hier is Charon, die de zielen der gestorvenen met zijn boot naar de andere oever brengt. Nu moet Orpheus alleen verder. Hoewel Orpheus’ klaagzang en lierspel hem niet onberoerd laten, blijft Charon bij zijn besluit nooit meer een levende tot de onderwereld toe te laten. De schoonheid van de muziek maakt echter dat de veerman in slaap valt. Orpheus neemt deze kans te baat en roeit zelf naar de overzijde.

IV
Proserpina − zelf ooit door Pluto geschaakt en tot koningin van de onderwereld gemaakt − smeekt de schimmenvorst Orpheus’ bede te verhoren en Eurydice naar het rijk der levenden te laten terug- keren. Pluto stemt hierin toe. Voorwaarde is echter dat Orpheus, zolang hij nog in de onderwereld is, niet naar Eurydice om zal zien. Doet hij dat wel, dan verliest hij haar voorgoed. Dankbaar looft Orpheus zijn almachtige lier, waaraan hij deze gunstige wending te danken heeft. Langzamerhand wordt hij echter door angst en argwaan bekropen: komt Eurydice inderdaad wel achter hem aan? Hoort hij daar niet de Furiën, die hem van zijn geliefde willen beroven? Geschrokken draait hij zich om en kijkt verrukt in Eurydices ogen. Vervuld van liefde en droefenis geeft zij opnieuw de geest. Orpheus wil met haar in het dodenrijk blijven, maar een duistere macht drijft hem terug naar het gehate licht.

V
Ontroostbaar doolt Orpheus over de Thracische velden. Bij Echo − de door Narcissus versmade nimf, die enkel nog als stem voortleeft − vindt hij weerklank voor zijn verdriet. In een laatste lofzang zweert hij Eurydice eeuwige trouw. Alle andere vrouwen zijn grillig en harteloos; nooit zal een van hen zijn liefde kunnen wekken. Apollo, zijn vader, daalt uit de hemel neer en spreekt hem vermanend toe: hij weet toch dat aards geluk nooit duurzaam is? Als hij meegaat naar de hemel, kan hij van het onsterfelijke leven genieten. Daar, te midden van de zon en de sterren, zal hij Eurydices evenbeeld voor altijd kunnen aanbidden. Zingend stijgen Apollo en Orpheus ten hemel, terwijl de herdersschare het herwonnen geluk van de goddelijke zanger bezingt.

(synopsis door Janneke van der Meulen)

Comments are closed.