Mattheüs

Johann Sebastian Bach geloofde in God en in muziek. Uit zijn briefbiografie: “Mit aller Musik soll Gott geehrt und die Menschen erfreut werden”. Mooi vertaald: de diepste reden van ieder muziekstuk zou niets anders moeten zijn dan de glorie van God en de lafenis van de geest.

Het is maart en dat betekent Bach. Als koorschool kind zong ik sinds mijn achtste een keer per jaar de Mattheüs passion. Wat me vooral nog bij staat: de bliksem en donder die van twee kanten in Vredenburg neerstortte. En dat het daarna nog 3 uur zou duren.

Bach schreef de Mattheüs met maar een doel: het lijdensverhaal van Jezus laten horen op goede vrijdag. Bijna 200 jaar later gebeurt dat nog steeds (weliswaar bijna de hele maand maart) en leidt het werk – dan weer monumentaal en ontzagwekkend, dan weer intiem en triest- nog steeds tot ontroering wereldwijd.

Met goed gevoel voor drama vertelt Bach in de passie de opeenvolgende handelingen tot het moment van kruisiging. Het verhaal deelde hij in tweeën. Hoogtepunten uit het eerste deel zijn voor mij sowieso het begin – oh, hoe die immense golf van geluid over je heen komt rollen en je mee sleept in de tragedie ! – het laatste avondmaal en de arrestatie van Jezus in Gethsemane. In het tweede deel wordt de muziek zachter, triester, een teken van een onvermijdelijk slechte afloop. De passie eindigt dan ook met een zwart omrand koraal “Wir setzen uns mit Tränen wieder”. Bach kon wegkomen met een unhappy end:  de kerkgangers zouden een paar dagen later toch weer de opstanding van Jezus vieren.

Er is ongelofelijk veel te vertellen over Bachs werk: over de bezetting, de twee koren, over de verschillende rollen. Over de tekst, over de symboliek. Over de verschillende uitvoeringen. Als je nog niet bent geweest, zou ik gewoon een keer gaan. Als je Bach fan bent, dan ga je natuurlijk al. En voor iedereen daar tussen in: elke uitvoering is weer anders. Dé Mattheüs bestaat niet.

Komende weken klinkt de Mattheüs door heel Nederland. Mijn tip: Holland Baroque en het Nederlands Kamerkoor onder leiding van Reinbert de Leeuw. Alleen al omdat de maestro zei: “Het is mijn grote wens om het werk ooit eens uit te voeren met barokinstrumenten.”

hol a2 poster passion kopie2

object of affection

Noemde ik twee weken geleden het viola da gamba duo Les voix humaines, deze week is het Quatuor Mosaïques. Wat? Bachs Kunst der Fuge. De kunst van de fuga.

Door de eeuwen heen een object of affection en niet alleen van uitvoerenden of Bachliefhebbers. Bach himself was geïnteresseerd, gepassioneerd, geobsedeerd door de fuga. En al zijn hele leven. Dat blijkt wel uit de titel, zou je denken. Kunst. Pretentieus? Het was niet Bach die zijn werk van 14 fuga’s deze naam gaf. Hij noemde het zelf contrapunctus: letterlijk vertaald tegenpunt, in de muziek wordt het toevoegen van een tegenstem bedoeld. Bachs zoon Carl (Philipp Emanuel) verhief het tot een Kunst.

Sinds de 14e eeuw zijn componisten en muziekwetenschappers geobsedeerd door het fenomeen imitatie in muziek. Die obsessie uitte zich in twee vormen: de canon en de fuga. Bij de canon wordt een melodie of thema letterlijk geïmiteerd en dat blijft oneindig zo doorgaan. Zoals in Vader Jacob.

Maar bij een fuga wordt er met dit principe gespeeld. Het thema wordt bijvoorbeeld uitgebouwd of kleiner gemaakt. Dat klinkt nog simpel. Maar het kan ook zó worden geschreven, dat het van achter naar voor hetzelfde klinkt als van voor naar achter. Of in spiegelbeeld. Of in verschillende toonsoorten en combinaties van al deze technieken! Ouf.

Kunst, dus. En één die Quatuor Mosaïques graag laat horen. De naam van dit clupje? Net als mozaïek kun je muziek op verschillende niveaus tegelijk ervaren. Als één geheel, als een heleboel flonkerende details, of focussend op een fragment. Zo benadert het Frans-Oostenrijkse strijkkwartet, op authentieke instrumenten, het Barok-repertoire.

Het beste barok strijkkwartet van dit moment, wordt wel gezegd. Eén die de Kunst der Fuge waardig is. Zaterdag 20 februari speelt Quatuor Mosaïques in de kleine zaal van Het Concertgebouw

PS: over de Kunst der Fuge is zo veel meer te vertellen. Een goed begin is dit essay van Leo Samama!

Contrapunctus

Say what?

Susie Napper en Margaret Little van Les Voix Humaines worden wereldwijd geroemd voor hun spectaculaire arrangementen voor de viola da gamba.

Say what?

De Viola da gamba: Italiaans, letterlijk ‘been viool’. Omdat het strijkinstrument tussen de benen wordt gehouden, doet het denken aan een cello, door de fretten ook weer aan een gitaar. Het geluid lijkt een combinatie van beiden: zacht en aangenaam. Een geluid dat in de 15e en 16e eeuw door veel componisten werd gewaardeerd. De prachtigste viola da gamba muziek, aldus de gambisten van Les Voix Humaines, komt dan ook uit de die tijd.

Als het aan hen lag, zou het instrument niet zo onbekend zijn bij het grote publiek. Onder de naam Les Voix Humaines, een naam geïnspireerd door een stuk voor viola da gamba van componist Marin Marais, maken en spelen Susie Napper en Margaret Little sinds 1985 spectaculaire arrangementen voor viola da gamba. Tal van opnamen, nominaties en prijzen later is het duo een fenomeen in de barok scene.

En nu zijn ze in Nederland. In het kader van de BachDagen tekent het duo voor een uitvoering van Die Kunst der Fuge, een stuk dat Bach voor klavecimbel schreef. Een simpele melodie vormt het materiaal wat Bach op alle mogelijke manieren terug laat komen: de kunst van de fuga. Compositie technisch een ingewikkeld, virtuoos stuk, voor publiek weldadig en meeslepend.

Les Voix Humaines nodigt vaak andere muzikanten uit om mee te spelen. Dit weekend, en de rest van hun Europese tournee, zijn het Mélisandre Corriveau en Felix Deak.

The art of the fugue
27 januari Laurenskerk Rotterdam
28 januari Waalse kerk Leeuwarden
30 januari TivoliVredenburg Utrecht
31 januari Muziekgebouw aan ’t IJ Amsterdam
1 februari De kapel Eindhoven

08-Les-Voix-Humaines-580x260

<3

The perfect match: Bachs Brandenburg en het Freiburger Barockorchester.

In 2014 toerde het orkest met dit programma door Europa. Een serie live registraties en een best sellend album waren het resultaat. Waarom zijn de Brandenburg Concerten nog steeds zo populair?

Bach schreef de Brandenburg Concerten in 1721 voor markies Von Brandenburg, in de hoop voor hem te mogen werken. De toen nog jonge Bach maakte een zesdelige serie waarin elk concert weer anders klinkt. De muziek is virtuoos, intens, vrolijk en leent zich, bijna 300 jaar later, nog steeds voor eigen creativiteit en nieuwe interpretatie van de uitvoerenden.

Aan het derde concert wordt vaak gerefereerd als een voorstelling, in de letterlijke betekenis van het woord: Bach behandelde elk instrument als gelijke (in plaats van een groep solisten los te koppelen van het orkest, gebruikelijk in het concerto grosso). Het resultaat is een concert waarin elke strijker zich voorstelt alsof het solo speelt. Nikolaus Harnoncourt, Bach dirigent, noemde het ook wel een ode aan de viool: want zijn de alt, cello en bas niet grote versies van dit uitermate Italiaanse instrument?

Dat laatste is interessant. Door de Brandenburg concerten klinkt duidelijk de Zuidelijke sfeer van Italië en de Adriatische zee. Misschien maakt dat de reeks zo luchtig.

Overigens werd destijds menig muzikant nerveus van deze moeilijke muziek. Markies von Brandenburg nam Bach dan ook niet aan. Er kon zelfs geen bedankje van af.

Dat zou nu wel anders zijn. Herr Bach is nog steeds een object of affection. Bij Brava is hij deze week vaak terug te vinden: te zien, te luisteren en zelfs te winnen. Leden van de foyer maken kans op kaarten voor de Bach Academie Brugge én voor de Bach Dagen in het laatste weekend van januari.

say oui ! :

Brandenburg concert nr. 3
Dona nobis pacem
Gideon Kremer: Back to Bach

Freiburger Barockorchester

Niet gemiddeld

10658932_10152471434988437_2091265823187099854_o

“Dit wordt niet het gemiddelde barok concert”, opende aanvoerder Adrián Rodríguez Van der Spoel een sessie in New York vorige maand.

Volgens mij is dat het nooit met Música Temprana.

Het klupje Peruviaanse barokmusici verkent repertoire uit de periode van de Renaissance en de Barok. Niet alleen de Latijns-Amerikaanse, zoals hun oorsprong doet vermoeden, maar ook vanuit bronnen van het toenmalige Spaanse wereldrijk. Een geschiedenisles muzikale ontwikkeling; van de eerste stappen op Nieuwe Wereldbodem tot en met de volwassenwording van eigen barok in Latijns-Amerika.

Ik kwam voor het eerst met Música Temprana (Oude Muziek) in aanraking toen een bevriende zanger de Misa Criolla onder mijn neus schoof. Dit moest ik echt luisteren. Afwisselend vrolijk, lyrisch, triest of ontroerend, maar altijd zo ontzettend ritmisch. Overigens geen barok, maar, zo ontdekte ik later, wel typerend voor dit ensemble. Een beetje van alles, zoals Adrián zelf zegt. Overigens iets dat alleen werkt als het goed wordt uitgevoerd, en laat dat nou het geval zijn. Het herkenbare barokidioom van Bach en Vivaldi gecombineerd met een vurig volkse expressie, want typisch Peruviaans, fenomenaal neergezet door het achtkoppig ensemble.

Música Temprana tourt momenteel door Nederland met een programma rondom José de Orejón y Aparicio, de eerste in Latijns-Amerika geboren musicus die in Lima als kapelmeester werd aangesteld en een vergeten 18e eeuwse meester. De componist vertegenwoordigt de Italianisering van de muziek met virtuoze uitbarstingen voor viool en zang. Zijn muziek is tegelijk typisch Peruviaans met krachtige thema’s, delicate harmonieën en energieke ritmes.

Niet het gemiddelde barokconcert.

Música Temprana speelt donderdag 3 december in Tivoli|Vredenburg. Het ensemble staat op het programma van Oude Muziek seizoen 15|16.


Credits
Música Temprana
Oude Muziek
Tivoli|Vredenburg

Quattro Stagioni

Het is niet overdreven als Vivaldi’s De Vier Jaargetijden wordt bestempeld als het populairste stuk uit de barok. Bijna iedereen kan de eerste noten van de Lente meehummen, bewust of onbewust. Maar toen het stuk in 1720 uitkwam, had het publiek nog niet eerder zoiets revolutionairs gehoord. Denk in het genre Stravinsky met zijn Sacre du Printemps, of  Beethoven met zijn vijfde symfonie.

Bij Vivaldi ontstonden misschien geen rellen, maar men brak zich wel het hoofd over de vraag hoe iemand zó goed, zonder woorden, zonder tekst, een seizoen kon ‘beschrijven’. En dat was precies het doel van Vivaldi, en de vraag die ook hem gedurende de 18e eeuw bezig hield. Hij wilde een meester worden in het verklanken van landschappen, of gebeurtenissen als het wisselen van de seizoenen (net zoals hij al een meester was in het componeren van briljante vioolconcerten), en daarbij de eigenschappen, stemmingen van het menselijk karakter opnemen.

Dit idee was niet helemaal nieuw. De zogenaamde programma (of programmatische) muziek bestond al, maar werd door sommigen gezien als minderwaardig en leek op zijn retour. Vivaldi wilde bewijzen dat beeldende muziek ook verfijnd en virtuoos kon zijn.

Hij slaagde deels. Programmamuziek werd nooit helemaal met open armen ontvangen. Maar als componist wist hij tot in detail een bepaalde sfeer te creëren. Neem Winter. In het laatste deel schetst Vivaldi een portret van een oude man glijdend over het ijs door de violen en altviolen octaven naar beneden te laten spelen. Iets later klinkt een warm haardvuur in de soloviool en lage strijkers, terwijl de violen een ijzige regen neerzetten.

De Vier Jaargetijden wordt 9 oktober uitgezonden op Brava, met dirigent Arnaud Oosterbaan, violiste Frederieke Saeijs en het Nederlands Symfonieorkest

Live ? Zondag 18 oktober leidt Marieke Blankestijn het Rotterdams Philharmonisch Orkest de vier seizoenen door. De altvioliste en concertmeester staat bekend om haar dazzling energy en is tevens de solist. Klik voor programmatoelichting en tickets.

Quattro Stagioni