And the nominees are..

Ieder jaar reikt de Gaudeamus Muziekweek een prijs uit aan een aanstormend compositietalent onder de 30 jaar. De gelukkige winnaar gaat naar huis met een opdracht ter waarde van €5000 euro en een goede carrière boost. Voor het zover is zijn tijdens Gaudeamus van iedere genomineerde drie composities te horen.

 Maar wie zijn die nieuwe aanstormende componisten eigenlijk? Iedere dag een van de vijf nominees op 24classics!

Giulio Colangelo
Voor de Italiaanse componist Giulio Colangelo is componeren een zoektocht naar de waarheid met muziek. Hij probeert natuurlijke complexiteiten te vatten en bloot te leggen. “Kunst,” voor hem, “is waar filosofie en ambacht bij elkaar komen.”

Quote
“Componeren is proberen chaos te controleren” legt Colangelo uit. “Het kristalliseren en vastleggen, maar ook je eigen onderbewuste onder ogen zien en dat proberen te controleren.”

Nog iets anders?
Filosofische en mythologische concepten vormen vaak een vertrekpunt voor Giulio’s composities. Componeren is een zoektocht naar de waarheid, een manier om grenzen te verleggen en nieuwe ideeën te vinden. Ik denk dat deze zoektocht naar waarheid het allerbelangrijkst is in de menselijke cultuur. Denken maakt ons menselijk. Dat is ook waarom kunst belangrijk is, maar net als filosofie tot het verleden behoort. Vandaag de dag is de economische cultuur belangrijker. Dat is de verkeerde kant op, onze cultuur ontmenselijkt.”

Giulio op Gaudeamus
Late night
Saturday Night Live

2015_84713_344100

R I O

rio-2016-coverMet nog twee dagen op de teller zijn de Olympische Spelen (Olumpisch voor de hypercorrecte Nederlander) bijna voorbij: van unieke prestaties en misselijkmakende valpartijen tot overvallen zwemmers en vrouwelijk boegbeelden van waar de Spelen voor staan: samen de finish bereiken.

En het liefst met een medaille naar huis. Want o wee als je niet minstens de derde plek hebt behaald. Dan moet je met de zogenaamde loserflight naar huis: een gereserveerde vlucht voor sporters die geen prijs hebben. Nederland heeft er twee van en “daar wil je echt niet in zitten”, aldus de hockeymannen.

Bij muziekconcoursen lijkt het er ook weleens op dat het alleen maar gaat om de winnaars van de eerste prijzen. Maar als je kijkt wie er in de loop van de jaren zoal naast het goud greep, is dat niet altijd terecht!

Emanuel Ax
Rings a bell? Kan kloppen. Hij deed hij het ook niet altijd al te best. Op het Koningin Elisabeth Concours in 1972 werd hij tragisch 7e. Maar maakte het uit? Hij speelde met de groten der aarde en doet dat nog steeds.

Vladimir Ashkenazy
Nog een belletje? . De pianist won de 2e prijs bij het Internationaal Chopin Concours en is inmiddels we-reld-be-roemd.

Gidon Kremer
Ook meneer Kremer ging niet altijd lekker in het Elisabeth Concours. In 1967 ging de topviolist met een 3e prijs naar huis. De teleurstelling was groot, zijn toekomst groter!

Daniil Trifonov
Won in 2010 de 3e prijs, ook tijdens het Internationaal Chopin Concours. Hij was toen 19 en kon de teleurstelling maar net aan. Lang hoefde hij echter niet te treuren. Drie jaar later maakte hij zijn debuut in het Concertgebouw, 10 september aanstaande speelt hij met het Rotterdams Phil.

Deze feed verscheen eerder op 24classics !

 

De illusies van Serge van Veggel

Serge van Veggel repeteert voor de voorstelling Dr. Miracle’s last illusion. Met zijn gezelschap OPERA2DAY in Den Haag heeft hij het verhaal bedacht. Er worden delen van andere opera’s gebruikt voor de tekst en muziek

Hoe is het ooit zover gekomen, de liefde voor opera?

‘Toen ik 17 was, werd ik overrompeld door een opera. In ging twee keer per week in de schouwburg naar een theatervoorstelling en wilde iets stoffigs als een opera ook proberen. Bij de eerste strijkersklanken van Verdi’s La Traviata was ik verkocht. Sindsdien is het een verslaving.’

Hoe ga je te werk?

De muziek en de tekst liggen bij de meeste opera’s vast. Als regisseur probeer ik stukken met toneelspel en beelden tot leven te wekken. Soms plaats ik een stuk in een andere context.’

Hoe ziet zo’n repetitieperiode eruit?

De repetities bereid ik ’s ochtends vroeg voor. Ik verwerk dan ideeën van de dag ervoor. In de studio volg ik een ingewikkeld rooster, om met alle zangers en spelers hun scènes te oefenen. In de pauze pak ik mijn rust.

Ik vind het belangrijk om opera met modernere kunstvormen te combineren. Dit keer is dat illusionisme. Het personage Dr. Miracle vermoordt met zijn nieuwe goochelmethode allerlei mensen. De vraag is of dit per ongeluk gebeurt of dat hij ze expres laat verdwijnen.’

Wat maakt deze voorstelling voor jou een uitdaging?

‘Door de trucs is het één van de ingewikkeldste opera’s die ik ooit heb gemaakt. Als iemand op het podium vanuit een watertank moet verdwijnen, moet zo’n moeilijke truc de tekst of muziek niet in de weg zitten. Tijdens de repetities ga ik zien of de opzet in het theater werkt. Lukken de trucs niet, dan zullen we weer terug moeten naar de repetitieruimte.’

Dr. Miracle’s last illusion van OPERA2DAY i.s.m. New European Ensemble, De Dutch Don’t Dance Division en de Koninklijke Schouwburg in Den Haag

Meer info: www.opera2day.nl

Dr. Miracle2

$15.000

Stel: je krijgt de deal aangeboden om te doen we wat je al doet, maar dan 25 keer beter betaald. Dan pak je die toch? Antonin Dvorak was er niet zo zeker van.

In 1881 kreeg de componist een brief van Jeanette Thurber, een steenrijke weldoener uit de stad New York, die besloten had een school op te zetten: The New American School of Music. En ze had haar zinnen gezet op een van de beste componisten uit die tijd: Dvorak.

Ze bood hem $15.000 per jaar: 25 keer zo veel als hij verdiende in Praag. Hij zou lesgeven en dirigeren, zes dagen per week, met regelmatige werktijden, zomers vrij en genoeg tijd om te componeren.

$15.000? Het duurde maanden voor Dvorak om was. Dat er een oceaan tussen zat, werkte natuurlijk niet mee. Schreef Dvorak in de ene brief” Should I take it? Or should I not?”, schreef hij in de ander “What people say of America is very mixed..”

Maar Jeannette Thurber liet hem niet rustig twijfelen. Ze wílde hem en zorgde voor een continue stroom van brieven, waarvan in één zijn contract al was opgenomen. En nog voor hij had toegezegd, informeerde ze de pers al dat hij had geaccepteerd. Ze was de impresario van haar tijd.

Maar het was uiteindelijk Dvoraks vrouw Anna die schot in de zaak bracht. Ze organiseerde een familielunch, met als doel een onafhankelijke stemming, waar ze van te voren al goed voor had gelobbyd. Het werd 7 tegen 1, Anna gaf Antonin een pen en de deal was gesloten. Hij sputterde nog dat, zolang het contract niet was verzonden, er niets definitief kon worden genoemd. Anna liep linea recta met het contract naar het postkantoor.

Ondanks het feit dat niet alles liep zoals gepland (de Thurber familie ging bijna failliet en zou Dvorak altijd nog duizenden dollars schuldig blijven), wordt de periode in Amerika voor beide partijen als een van hun besten genoemd: hij schreef sommigen van zijn beste werken (The New World bijvoorbeeld) En zij: “Bringing Dvorak here was the greatest source of pride in my 35-year career at the conservatory.”

Dvorak signature

Mattheüs

Johann Sebastian Bach geloofde in God en in muziek. Uit zijn briefbiografie: “Mit aller Musik soll Gott geehrt und die Menschen erfreut werden”. Mooi vertaald: de diepste reden van ieder muziekstuk zou niets anders moeten zijn dan de glorie van God en de lafenis van de geest.

Het is maart en dat betekent Bach. Als koorschool kind zong ik sinds mijn achtste een keer per jaar de Mattheüs passion. Wat me vooral nog bij staat: de bliksem en donder die van twee kanten in Vredenburg neerstortte. En dat het daarna nog 3 uur zou duren.

Bach schreef de Mattheüs met maar een doel: het lijdensverhaal van Jezus laten horen op goede vrijdag. Bijna 200 jaar later gebeurt dat nog steeds (weliswaar bijna de hele maand maart) en leidt het werk – dan weer monumentaal en ontzagwekkend, dan weer intiem en triest- nog steeds tot ontroering wereldwijd.

Met goed gevoel voor drama vertelt Bach in de passie de opeenvolgende handelingen tot het moment van kruisiging. Het verhaal deelde hij in tweeën. Hoogtepunten uit het eerste deel zijn voor mij sowieso het begin – oh, hoe die immense golf van geluid over je heen komt rollen en je mee sleept in de tragedie ! – het laatste avondmaal en de arrestatie van Jezus in Gethsemane. In het tweede deel wordt de muziek zachter, triester, een teken van een onvermijdelijk slechte afloop. De passie eindigt dan ook met een zwart omrand koraal “Wir setzen uns mit Tränen wieder”. Bach kon wegkomen met een unhappy end:  de kerkgangers zouden een paar dagen later toch weer de opstanding van Jezus vieren.

Er is ongelofelijk veel te vertellen over Bachs werk: over de bezetting, de twee koren, over de verschillende rollen. Over de tekst, over de symboliek. Over de verschillende uitvoeringen. Als je nog niet bent geweest, zou ik gewoon een keer gaan. Als je Bach fan bent, dan ga je natuurlijk al. En voor iedereen daar tussen in: elke uitvoering is weer anders. Dé Mattheüs bestaat niet.

Komende weken klinkt de Mattheüs door heel Nederland. Mijn tip: Holland Baroque en het Nederlands Kamerkoor onder leiding van Reinbert de Leeuw. Alleen al omdat de maestro zei: “Het is mijn grote wens om het werk ooit eens uit te voeren met barokinstrumenten.”

hol a2 poster passion kopie2

popcorn time

Een van mijn favoriete dingen om te doen is films kijken. Heel veel films. Zo veel dat het niet eens meer cool is. Van Italiaanse klassiekers tot Frans cliché, van Nederlands drama tot  Wes Anderson. En de biografie. Heerlijk om gelegitimeerd toeschouwer te zijn van iemands leven. Heerlijk om in anderhalf uur (of drie) iemand te leren kennen. – want dat denk je dan.  Iemands kunnen en kennen, hebben en houwen, vrienden en vijanden en amoureuze relaties. Privé. Cliché.

Richard Strauss had een leven dat zich goed leende voor een bio. Van mot met de pers tot onvoorwaardelijke liefde voor zijn vrouw Pauline. En briljante muziek, natuurlijk.

Neem 1898. “Ein Heldenleben is the most perverse music I ever heard. The man who wrote this outrageously hideous noise, no longer deserving of the word music, is either a lunatic or he is rapidly becoming one.” Bent u al nieuwsgierig?

Het was een reactie van de pers op het heldenepos dat Strauss schreef. Waarom? De critici waren verbolgen over het feit dat iemand zo’n ego kon hebben én het lef had om, hen de de critici, zo te beledigen. Dat deed Strauss namelijk. Ongegeneerd en wel in het tweede deel van zijn Heldenleben – Hero’s Adversaries of Des helden Widenacher: de vijanden van de held. De titel liegt er niet om. Dit deel begint met ‘onbeschofte’ houtblazers die maar door blijven lullen.

Maar er zat meer achter zijn Heldenleben. Want wat is een held eigenlijk? De dieperliggende thematiek gaat over het innerlijke conflict van het individu, geheel naar filosoof Nietschze. Wie ben je van binnen en wat laat je aan de buitenwereld zien?

Dat innerlijke conflict kon je volgens Strauss niet alleen aan. Je hebt iets nodig. Een steun en toeverlaat. Een bron waar je kracht uit put. Een plek waar je je veilig voelt en zelfvertrouwen vandaan haalt. Volgens hem was dat de liefde. De huiselijke, kleinburgerlijke liefde. Strauss vond dit in zijn vrouw Pauline. Zij was dit allemaal voor hem.

Richard Strauss and his heroines is het eerste gefilmde onderzoek naar de onvergetelijke heldinnen die Strauss neerzette. Het is zowel het verhaal van een turbulent en roerend liefdesverhaal tussen twee mensen die bereid waren voor elkaar door het vuur te gaan. Popcorn time!

cinema_neon_sign_059-c14-c

object of affection

Noemde ik twee weken geleden het viola da gamba duo Les voix humaines, deze week is het Quatuor Mosaïques. Wat? Bachs Kunst der Fuge. De kunst van de fuga.

Door de eeuwen heen een object of affection en niet alleen van uitvoerenden of Bachliefhebbers. Bach himself was geïnteresseerd, gepassioneerd, geobsedeerd door de fuga. En al zijn hele leven. Dat blijkt wel uit de titel, zou je denken. Kunst. Pretentieus? Het was niet Bach die zijn werk van 14 fuga’s deze naam gaf. Hij noemde het zelf contrapunctus: letterlijk vertaald tegenpunt, in de muziek wordt het toevoegen van een tegenstem bedoeld. Bachs zoon Carl (Philipp Emanuel) verhief het tot een Kunst.

Sinds de 14e eeuw zijn componisten en muziekwetenschappers geobsedeerd door het fenomeen imitatie in muziek. Die obsessie uitte zich in twee vormen: de canon en de fuga. Bij de canon wordt een melodie of thema letterlijk geïmiteerd en dat blijft oneindig zo doorgaan. Zoals in Vader Jacob.

Maar bij een fuga wordt er met dit principe gespeeld. Het thema wordt bijvoorbeeld uitgebouwd of kleiner gemaakt. Dat klinkt nog simpel. Maar het kan ook zó worden geschreven, dat het van achter naar voor hetzelfde klinkt als van voor naar achter. Of in spiegelbeeld. Of in verschillende toonsoorten en combinaties van al deze technieken! Ouf.

Kunst, dus. En één die Quatuor Mosaïques graag laat horen. De naam van dit clupje? Net als mozaïek kun je muziek op verschillende niveaus tegelijk ervaren. Als één geheel, als een heleboel flonkerende details, of focussend op een fragment. Zo benadert het Frans-Oostenrijkse strijkkwartet, op authentieke instrumenten, het Barok-repertoire.

Het beste barok strijkkwartet van dit moment, wordt wel gezegd. Eén die de Kunst der Fuge waardig is. Zaterdag 20 februari speelt Quatuor Mosaïques in de kleine zaal van Het Concertgebouw

PS: over de Kunst der Fuge is zo veel meer te vertellen. Een goed begin is dit essay van Leo Samama!

Contrapunctus

ebonit

sddefault

It was flashy and it was a sax.

Toen David Bowie acht was, werd zijn onvoorwaardelijke liefde voor muziek aangewakkerd door de sax. Hij hoorde Flamingo, door jazz saxofonist Earl Bostic, en She’s got it, door Lee Allen. Het waren twee antwoorden op de vraag wat hij met zijn leven moest doen, zo zegt hij in een Union Tribune interview uit 1993.

Dus kocht zijn vader op afbetaling (van 15 freakin’ jaar) een witte Ebonite sax: “The same as Johnny Dankworth! It was flashy and it was a sax”. Na zeven lessen (van Britse held Ronnie Russ) was Bowie zeker van zijn zaak: hij kon spelen en ging bij een rockband.

Enthousiasme is alles, volgens het Ebonit Quartet: vier saxofonisten uit Polen, Nederland en Duitsland die elkaar ontmoetten op het Conservatorium van Amsterdam. Sinds de oprichting in 2011 staan ze met een veelzijdig repertoire door heel Nederland: van barok en klassiek Franse muziek tot nieuwe composities. “Want alles kan omgetoverd worden naar vier saxofoons.” Hun enthousiasme blijft niet onopgemerkt. Er worden concerten geboekt en prijzen in de wacht gesleept (een paar weken geleden nog de Storioni Toonzaal Prijs. En de publieksprijs. En de MAX Jong Talent prijs). En albums gemaakt!

Aankomend weekend presenteren de jonge spelers hun debuut album tijdens Nightfall: een avond gespind op Haydens Die siebel letzte Worte unseres Erlösers am Kreuze. De koorteksten van deze cyclus vormen de spil, voorgelezen door zangeres Claron McFadden, terwijl het Eboni Quartet verschillende werken uitvoert van Haydn dus, en Sjostakovitsj, Sibelius en Reger. Flashy and sax. Cool stuff: Norman Perryman schildert er live beelden bij die worden geprojecteerd.

Overigens zei Bowie zelf over zijn spel: “I feel I possibly have the technique of Bill Clinton and the enthusiasm of John Coltrane!”

Amsterdam Roest
zaterdag 13 februari
20.30 uur
tickets