popcorn time

Een van mijn favoriete dingen om te doen is films kijken. Heel veel films. Zo veel dat het niet eens meer cool is. Van Italiaanse klassiekers tot Frans cliché, van Nederlands drama tot  Wes Anderson. En de biografie. Heerlijk om gelegitimeerd toeschouwer te zijn van iemands leven. Heerlijk om in anderhalf uur (of drie) iemand te leren kennen. – want dat denk je dan.  Iemands kunnen en kennen, hebben en houwen, vrienden en vijanden en amoureuze relaties. Privé. Cliché.

Richard Strauss had een leven dat zich goed leende voor een bio. Van mot met de pers tot onvoorwaardelijke liefde voor zijn vrouw Pauline. En briljante muziek, natuurlijk.

Neem 1898. “Ein Heldenleben is the most perverse music I ever heard. The man who wrote this outrageously hideous noise, no longer deserving of the word music, is either a lunatic or he is rapidly becoming one.” Bent u al nieuwsgierig?

Het was een reactie van de pers op het heldenepos dat Strauss schreef. Waarom? De critici waren verbolgen over het feit dat iemand zo’n ego kon hebben én het lef had om, hen de de critici, zo te beledigen. Dat deed Strauss namelijk. Ongegeneerd en wel in het tweede deel van zijn Heldenleben – Hero’s Adversaries of Des helden Widenacher: de vijanden van de held. De titel liegt er niet om. Dit deel begint met ‘onbeschofte’ houtblazers die maar door blijven lullen.

Maar er zat meer achter zijn Heldenleben. Want wat is een held eigenlijk? De dieperliggende thematiek gaat over het innerlijke conflict van het individu, geheel naar filosoof Nietschze. Wie ben je van binnen en wat laat je aan de buitenwereld zien?

Dat innerlijke conflict kon je volgens Strauss niet alleen aan. Je hebt iets nodig. Een steun en toeverlaat. Een bron waar je kracht uit put. Een plek waar je je veilig voelt en zelfvertrouwen vandaan haalt. Volgens hem was dat de liefde. De huiselijke, kleinburgerlijke liefde. Strauss vond dit in zijn vrouw Pauline. Zij was dit allemaal voor hem.

Richard Strauss and his heroines is het eerste gefilmde onderzoek naar de onvergetelijke heldinnen die Strauss neerzette. Het is zowel het verhaal van een turbulent en roerend liefdesverhaal tussen twee mensen die bereid waren voor elkaar door het vuur te gaan. Popcorn time!

cinema_neon_sign_059-c14-c

ebonit

sddefault

It was flashy and it was a sax.

Toen David Bowie acht was, werd zijn onvoorwaardelijke liefde voor muziek aangewakkerd door de sax. Hij hoorde Flamingo, door jazz saxofonist Earl Bostic, en She’s got it, door Lee Allen. Het waren twee antwoorden op de vraag wat hij met zijn leven moest doen, zo zegt hij in een Union Tribune interview uit 1993.

Dus kocht zijn vader op afbetaling (van 15 freakin’ jaar) een witte Ebonite sax: “The same as Johnny Dankworth! It was flashy and it was a sax”. Na zeven lessen (van Britse held Ronnie Russ) was Bowie zeker van zijn zaak: hij kon spelen en ging bij een rockband.

Enthousiasme is alles, volgens het Ebonit Quartet: vier saxofonisten uit Polen, Nederland en Duitsland die elkaar ontmoetten op het Conservatorium van Amsterdam. Sinds de oprichting in 2011 staan ze met een veelzijdig repertoire door heel Nederland: van barok en klassiek Franse muziek tot nieuwe composities. “Want alles kan omgetoverd worden naar vier saxofoons.” Hun enthousiasme blijft niet onopgemerkt. Er worden concerten geboekt en prijzen in de wacht gesleept (een paar weken geleden nog de Storioni Toonzaal Prijs. En de publieksprijs. En de MAX Jong Talent prijs). En albums gemaakt!

Aankomend weekend presenteren de jonge spelers hun debuut album tijdens Nightfall: een avond gespind op Haydens Die siebel letzte Worte unseres Erlösers am Kreuze. De koorteksten van deze cyclus vormen de spil, voorgelezen door zangeres Claron McFadden, terwijl het Eboni Quartet verschillende werken uitvoert van Haydn dus, en Sjostakovitsj, Sibelius en Reger. Flashy and sax. Cool stuff: Norman Perryman schildert er live beelden bij die worden geprojecteerd.

Overigens zei Bowie zelf over zijn spel: “I feel I possibly have the technique of Bill Clinton and the enthusiasm of John Coltrane!”

Amsterdam Roest
zaterdag 13 februari
20.30 uur
tickets

in the eye of the beholder

Ouf, opera als film? Het is een van de weinig aan opera gerelateerde dingen waar ik niet meteen wild enthousiast van word. Eerder sceptisch.

Opera is een genre dat veel fantasie van zijn publiek vraagt. Kijk naar een gemiddelde productie en zie hoe weinig er staat. Metalen platen als bos. Vellen bladmuziek als vogels. Een zin van tien minuten of een compleet leeg toneel, maar zangers die elkaar niet horen.

Opera in the eye of the beholder.

Dat is wezenlijk anders dan bij boeken of films, waarbij de lezer zelf alles visualiseert of waarbij alles* al gevisualiseerd is. Ik denk dat opera precies genoeg moet bieden om publiek aan het werk te krijgen. Zijn zang en spel fenomenaal, dan wordt het verhaal geloofwaardig en gaat het publiek mee in een illusie, om die vervolgens alleen maar verder uit te diepen. Zich te identificeren met wat er op toneel gebeurt.

Bij opera als film krijg je een rare mengvorm. De vraag om illusie, maar het beeld is al gegeven. Een beeld waarin mensen zingen, somewhat dansen op een plek waar jij en ik kunnen rondlopen: ongeloofwaardig.

Ik keek dus niet echt uit naar Peter Grimes on Aldeburgh Beach.

Deze filmversie van Benjamin Brittens Peter Grimes werd gemaakt in 2013, geknipt en geplakt uit drie live performances op het Britse Aldeburgh Beach, de plaats waar Britten zelf woonde en werkte. Benjamin Britten componéérde de zee: de dansende golven, de kilte in de avond en de dreiging van de ontembare, onmenselijke oppervlakte. Als beginnend regisseur kreeg ik ooit het advies mee: probeer niet te verbeelden wat de muziek al laat zien. Maar regisseur Tim Albery begreep wat deze locatie toevoegde. Hij plaatste het publiek op het strand, zodat het verhaal van Peter Grimes zich ontvouwt met op de achtergrond de steeds donker wordende zee. Alan Oke (Grimes himself) is het personage dat Britten en zijn librettist voor ogen hadden: ruwe bolster, blanke pit en met een prachtige stem (luister naar: Now the Great Bear and Pleiades). Giselle Allen als Ellen Orford zingt met grote overtuiging en maakt haar scenes met The Boy tot de mooiste van de film.

Ik keer naar een film en zag opera. It’s all in the eye of the beholder.

De Nederlandse tv-première van Peter Grimes on Aldeburgh Beach is zaterdagavond 28 november te zien op Brava

*natuurlijk nooit alles. Een van mijn favoriete filmregisseurs P.T. Anderson maakt producties zonder onzin, maar mét ruimte voor fantasie.

Brava blog - Peter Grimes - beeld2
building the set on Aldeburgh Beach

 

credo

1568969929

Credo is Latijn voor ik geloof. De meesten van ons praten geen Latijn meer, maar het woord is prima geïntegreerd in ons vocabulaire. Een leidraad voor het leven. Een motto, goal of hashtag.

Leonard Bernstein geloofde in muziek. Een van zijn graag aangehaalde citaten: “This will be our reply to violence: to make music more intensely, more beautifully, more devotedly than ever before”. Vrij vertaald: onze reactie op geweld is meer, betere en mooiere kunst.

Johann Sebastian Bach geloofde in God en in muziek. Uit zijn briefbiografie: “Mit aller Musik soll Gott geehrt und die Menschen erfreut werden”. Mooi vertaald: de diepste reden van ieder muziekstuk zou niets anders moeten zijn dan de glorie van God en de lafenis van de geest.

Voor beiden gold kunst als credo.

In 1961 schreef Bernstein de musical West Side Story. Met Mambo wilde hij de Cubaanse joi de vivre (en waanzinnig ingewikkelde ritmes) vastleggen. Het Venezolaanse jeugdorkest Simón Bolívar maakte er onder leiding van dirigent Gustavo Dudamel opnieuw een publieksfavoriet van. Levensvreugde spat er inderdaad van af.

In 1733 begon Bach aan zijn Hohe Messe, vijftien jaar later was hij pas af: een mis in b klein, alle vijf delen in klank anders, het geheel te lang voor een casual kerkdienst en tijdens Bachs leven nooit volledig uitgevoerd. Misschien was dat zijn doel ook niet, maar zag hij het eerder als een samenvatting van zijn levenswerk. Het laatste deel is het Agnus Dei. Zaterdag klinkt daaruit het Dona nobis pacem.

Dona nobis pacem is Latijn voor geef ons de vrede. De meesten van ons praten geen Latijn meer, maar het zou prima zijn als pacem / vrede / paix / Frieden / سلام / [..] integreerde in ons vocabulaire. Een motto, goal of hashtag. Een credo. Met kunst als goede tweede.

vager = beter

Modern?

Noem het liever hedendaags. Dat klinkt iets vager en dus beter, want alleen in combinatie met muziek lijkt modern een negatieve connotatie te hebben.

Per generatie verschilt de omschrijving een beetje. Piep-knor was de licht-uitdagende term van mijn muziekdocent op de middelbare school. Hij was fan van het genre en in ons laatste jaar kregen wij dan ook de opdracht: maak een moderne compositie. C o o l: onze noten bleven niet alleen op papier staan, maar werden uitgevoerd door een heus ensemble.

Insomnio maakt hedendaagse muziek. Het ensemble bestaat uit zeventien musici die boven alles hedendaagse gecomponeerde muziek midden in de samenleving wil plaatsen: moderne muziek voor iedereen. Van een tiental self-called componisten deinsden ze dan ook niet terug en het resultaat was de beste uitvoering mogelijk.

“Best mogelijk?” Ouf, dat klinkt moeizaam. Is het dusdanig moeilijk om nieuwe muziek zo uit te voeren dat iedereen kan genieten? Precies deze zoektocht werd in 2012 vastgelegd door een cameracrew. De documentaire Prikkeldraad toont het werkproces van dirigent Ulrich Pöhl, musici en artistieke leiding. In Parijs ontmoet het ensemble de grote componist Pierre Boulez. Met hem bereidt Insomnio zich voor op de studio-opname van Boulez’ meesterwerk Le marteau sans maître (lett: de hamer zonder meester).

Over Le marteau: Boulez maakte qua klank, bezetting en structuur een ongebruikelijk stuk. In drie delen, geïnspireerd op gedichten van René Char, presenteert hij zijn muzikaal materiaal. Elk deel ontvouwt in twee andere delen en niet per se in die volgorde: nummer 1, 2 en 3 zijn in één stijl geschreven, 2, 4, 6, 8 en 9 hebben een heel ander idioom. Naast de lijnen in fluit en sopraan, is het pizzicato, gitaar en slagwerk galore. Overweldigende muziek die niet alleen voor de kenner interessant is. Of zoals recensent Roland de Beer schreef: klanken die hun charme vinden in hun stekeligheid.

Prikkeldraad is vrijdagavond te zien op Brava.

Pöhl et Boulez


credits
regisseur en camera | Rino Gouw
producent | Jan de Wit
productie | Postmen
muziek | Insomnio o.l.v. Ulrich Pöhl