de tijd

pereira verklaart

Er wordt te veel geschreven over de oorlog, kopte De Volkskrant vorige week. Kennelijk intrigeert WO II nog steeds. Ik ben geen expert. Maar een vraag waarvan ik weet dat die vaak wordt gesteld: hoe kon zoiets, van dergelijke omvang en brute kracht, gebeuren?

Ook gezelschap De Tijd wil antwoord en laat met Pereira verklaart zien hoe een samenleving ongemerkt kan vernauwen. “Het begint bij militairen op straat, tot er ineens doden vallen.

Het toneelstuk Pereira verklaart is gebaseerd op de gelijknamige roman van Antonio Tabucchi speelt zich af in het Portugal van 1938. Het land zucht zwaar onder de dictatuur van Salazar. Een zwaarlijvig journalist op leeftijd, Pereira, wil liever zo weinig mogelijk weten van wat er met zijn land gebeurt. Hij is de hoofdredacteur van de cultuurbijlage van een krant en zijn taak is helder: het beschrijven van ‘de schone kunsten’. En met ‘schoon’ wordt bedoeld: wat zich niet tegen het regime keert. Met het besef dat het zo niet langer kan, begint zijn cultuurbijlage als verzetsmiddel te gebruiken, waarmee hij zich onverbiddelijk in de gevarenzone  plaatst. Totdat er geen weg terug meer is.

De luchtige en ironische tekst wordt ongewijzigd, maar ingekort, door drie spelers neergezet: Met een fijn gevoel voor humor, nuances en variaties bewandelen de acteurs de grens tussen voordracht en acteren, tot die grens volkomen vervaagt. En de muziek? Romantisch en subtiel door The Ambush Party: jazz en vrije improvisatie.

Eerder voerde De Tijd Pereira al op. Een zin uit de recensie van Wouter Hillaert (De Standaard) wilde ik u niet onthouden: “Het kleine verzet van De Tijd, gedrenkt in het volle besef van zijn eigen relativiteit, valt zeer te koesteren.”

vibes

a0042479536_10

Live in Luxor
Live in Tivoli
Live in de Melkweg
Live tijdens de Vierdaagse
Live in de Oosterpoort

And coming back for more. Inmiddels heb ik New Cool Collective vijf keer live gezien. In de vierde klas koos ik Bring it on op de cover, bij nummer 2 was ik om: Coming back for more. Dit was dus bigband (!), in het spel der verleiding met de vocals van Geike Arnaerts (Hooverphonic) en een veelheid aan soul/jazz/latin/nineties vibes. Twee jaar later vond ik het nog steeds zó cool, dat ik mijn muziekklas smeekte om er collectief een spectaculaire eindexamen cover van te maken. Met dwarsfluit en alles.

New Cool Collective is Nederlands bekendste jazzcollectief en ontsproot uit een Soul Kitchen sessie tussen Benjamin Herman en DJ Graham B. Acht was het winnende cijfer en de standaardformatie zou vanaf dat moment bestaan uit Joost Kroon, Frank van Dok en Jos de Haas (percussie), Willem Friede (piano), Leslie Lopez (bas), Rory Ronde (gitaar) en David Rockefeller (trompet). En Benjamin Herman op saxofoon.

‘Benjamin Herman blijft altijd aardig’, kopte de Volkskrant vorige week nog. I’m not surprised. Zijn  band maakt knetter goede jazz die succesvol, pretentieloos en dansbaar is: alleraardigst. De lange lijst van zegevierende samenwerkingen (en prijzen) is daar een afspiegeling dan wel gevolg van, met artiesten van binnen en buiten het genre, als Tony Allen, Mapacha Africa, Andrew Roachford, Jules Deelder, Typhoon, Guus Meeuwis en Georgie Fame.

De laatste samenwerking is met zanger Mark Reilly, bekend van Matt Bianco (Y E S). The things you love heet hun nieuwe programma én uitgebrachte EP. Vanaf 20 november touren ze door Nederland.

Kijk zondagmiddag naar DJAZZ voor anderhalf uur New Cool Collective. En ga vervolgens voor live. Weekend, have a nice one!

fire

No jewelry
No makeup
No dancing
No rock&roll

Het is niet bepaald een accurate omschrijving van The Pointer Sisters. Toch was het woordje no dominant in het huishouden van de zusjes en de opvoeding die de befaamde girl band genoot. Gospel luisteren, het kerkkoor leiden, dat waren muzikale escapades die niet door de duivel waren uitgevonden en dus door vader (en dominee) en moeder Pointer getolereerd.

Maar bloed kruipt waar het niet kan gaan. Zus 3 wist dat haar toekomst in de muziek lag en overtuigde zus 4 om een duo op te zetten. Zus 1 besloot zich bij hen te voegen, zus 2 weer iets later en zie daar The Pointer Sisters. Een de naam die, in wisselende formaties, van ’73 tot ’89 de hitlijsten bestormde.

Ruth, Anita, Bonnie en June. Yes we can, moeten ze hebben gedacht. Het was de eerste single van hun eerste album, kwam binnen op nummer elf en zou uitgroeien tot een Rythm&Blues classic.  Het tweede album borduurde voort op de jazz en bebop stijl, maar met een belangrijke extra: Fairytale. Een countrynummer waarmee The Pointer Sisters als eerste zwarte vrouwelijke band zou optreden in the Grand Ole Opry, hét country podium in Nashville en een nummer dat later gecoverd zou worden door last but not least Elvis Presley (een leuk detail: zijn single All Shook Up, was het eerste niet-gospel plaatje dat ze stiekem kochten).

Over elk album en elk nummer kan zo veel en meer worden gezegd, maar mijn personal favorite is het album Energy. Het kwartet was inmiddels een trio en deed onder bezielende leiding van producer Richard Perry (Planet Records) een gouden zet: een cover van Bruce Springsteens Fire. Hun versie schoot naar nummer twee in de Hot 100 charts en internationaal naar nummer 1 in o.a. België, Nederland, Zuid-Afrika en Nieuw-Zeeland.

Anita Pointer zingt de lead in deze aangenaam mellow en sexy tune. Vrijdagnacht zendt DJAZZ nog meer juweeltjes uit van de Pointer Sisters.

tune | Fire
DJAZZ | 30 minutes of Pointer Sisters
go | festival Jazz International Rotterdam

Kinda Dukish

Oktober is de maand van de geschiedenis. Als ik een sprong terug mocht wagen, ouf, dan was het naar een heerlijke tachtig minuten op 2 november 1958. Duke Ellington was met vijftienkoppig orkest in Amsterdam en on a roll.

Twee jaar eerder stond dezelfde troupe op het New Port Festival. Een sensationeel concert dat Ellington zelf zag als de hergeboorte van hem en zijn muzikanten. Hoe kan een orkest tegelijkertijd zo doorleefd en vitaal klinken? Zo vunzig, vuig, maar cool en beheerst? Ellington speelde overduidelijk met de besten van zijn tijd en het staat allemaal op zwart-wit recording vanuit het Concertgebouw.

“And now a little bit of black and tan fantasy”. Na de aankondiging van The Duke openen Quentin “Butter” Jackson en Ray Nance, resp. grommend en spinnend op trombone en trompet.

Clark Terry volgt met super swing in Harlem air shaft; het Concertgebouw publiek is wel eens stijver geweest. En dan Harry Carney, bekend om zijn vermogen noten grensoverschrijdend te rekken, in Sophisticated lady: net als je denkt dat hij echt niet meer kan, zet Ellington zijn pianoskills in en blaast Carney nog even verder. Kinda Dukish is voor Duke en de piano, perfect in sync met de bas, ritmisch zoals men van hem kon verwachten.

Live in ’58. Als ik een sprong terug mocht wagen, oui, dan was het naar een heerlijke tachtig minuten op 2 november 1958. Maar voor nu draag ik de Duke op aan mijn opa, vandaag 87 en groot Ellington fan. Happy friday!

Take the A-train | live at the Blue Note, 1959, Blue Note/Parlophone.
DJAZZ Duke Ellington: live in ’58
go | Ibrahim Maalouf

PS: unusual string ensemble FUSE geeft hun kijk op Ellington met Braggin’ in brass! Zondag, 18.10u, NPO2, Podium Witteman.


tracks
1. Black and tan fantasy, Creole love call, The Mooch
2. Harlem air shaft
3. Sophisticated lady
4. My funny valentine
5. Kinda dukish, Rockin’ in Rhythm
6. Mr. Gentle and Mr. Cool
7. Jack the Bear
8. You better know it
9. All of me
10. Things ain’t what they used to be
11. Hi-Fi-Fo-Fum
12. Ellington medley with Sophisticated lady, Don’t get around much anymore, Do nothing ’til you hear from me, Don’t you know I care, In a sentimental mood, Mood indigo, I’m beginning to see the light, Caravan, I got it bad and that ain’t good, It don’t mean a thing (if it ain’t got that swing), (In my) Solitude, I let a song go out of my heart, Don’t get around much anymore)
13. Diminuendo in blue and Crescendo in blue.

credits
Duke Ellington piano
Jimmy Woode double bass
Sam Woodyard drums
Johnny Hodges alto saxophone
Russell Procope alto saxophone, clarinet
Paul Gonsalves tenor saxophone
Jimmy Hamilton tenor saxophone, clarinet
Harry Carney baritone saxophone, clarinet, bass clarinet
William “Cat” Anderson trumpet
Harold “Shorty” Baker trumpet
Clark Terry trumpet
Ray Nance trumpet, violin, vocals
Quentin “Butter” Jackson trombone
Britt Woodman trombone
John Sanders valve trombone
Ozzie Bailey vocals

duke_ellington_and_his_famous_orchestra_everett

f r i d a y

work hard play harder

Friday Night Live, Friday Jazz Night, First Friday Jazz, hoeveel legendarische clubsessies vonden plaats op een vrijdag? Zeg zelf, het klinkt net iets lekkerder met een friday.

In Engeland en Australië wordt vrijdag ook wel poets day genoemd. Zo logisch! Er is geen betere dag om de dichters van de jazz te vieren. Dynamisch en vitaal, vrij en impulsief, wetend dat het de volgende dag zaterdag is en daarna zondag. Work hard, play harder.

Op 11 december 1976 zat Dexter Gordon op de afdeling business affairs van Columbia Records, te wachten tot hij groen licht kreeg voor een nieuw contract. Na eindeloos gesteggel kon hij pas om 19.30 uur in een taxi springen, down town naar de Village Vanguard. Daar gaf hij een van zijn beste shows, met tracks als Body and soul, Fenja en Fried bananas.

Fried bananas is een van mijn favoriete nummers, een bonustrack op Coming Home, het album waarop de sessies van december werden uitgebracht. Het heeft misschien niet de meest catchy melodie, maar de dynamiek tussen Gordon en trompettist Woody Shaw maakt dat ruimschoots goed. Voeg daarbij de drums van Louis Hayes en je hebt een nummer wat voor mij friday belichaamt: dynamisch en vitaal, vrij en impulsief. Karaktertrekken die ook allemaal terug te vinden zijn in de lange solo van Gordon. Van Gordon en Shaw wordt gezegd dat 1976 een hoogtepunt was. Ik geloof het meteen, te horen aan deze power-bebop op een avond in december. Guess what: een vrijdag.

Work hard, play harder en luister dit weekend vooral naar Dexter Gordon.

Fried Bananas | ’Homecoming’ live from the Village Vanguard (1976)
DJAZZ | Dexter Gordon: live in ’63 & ’64

Dexter Gordon